• darkblurbg
    Dierenwinkel Dier van Nu
    Wij zijn een leuke winkel voor dieren in de gezellige Theresiastraat te Den Haag

Kauwbotten voor honden en de risico’s!

Gepubliceerd op: 27-02-2017

Kauwbotten voor honden en de risico’s! Wij van Dier van Nu zijn erg begaan met het welzijn van dieren en willen u graag van goede voorlichting voorzien. Aangezien wij de laatste tijd nogal veel sceptische vragen kregen over kauwbotten voor honden en de eventuele gevaren, hebben wij een informatief stuk over de risico’s van kauwbotten voor de hond geplaatst. Deze informatie is afkomstig van Dibevo, de brancheorganisatie voor de dierenhandel. Wij hopen dat u er tevreden over bent en mocht u nog vragen hebben, horen wij deze graag.

Kauwbotten voor honden en de risico’s!

Honden kauwen graag op een bot: het smaakt lekker en het houdt ze ook goed bezig. Het is kortom een populaire vorm van voerverrijking. De laatste tijd wordt er vooral op social media veel gepraat over zaken die mis kunnen gaan bij het geven van kauwbotten. Waaruit menigeen de conclusie trekt dat kauwbotten verboden zouden moeten worden. In het licht van de positieve effecten die kauwbotten op het welzijn van de hond kunnen hebben, vraagt dit om een zorgvuldige afweging. In deze tekst behandelen we de genoemde risico’s.

1) Ziekte van Aujesky:

De ziekte van Aujesky is zeer gevaarlijk voor honden. Dit virus kan aanwezig zijn in rauw varkensvlees en vormt daarmee een reëel risico. Geef dus nooit rauwe varkensbotten.

2) Problemen met de calciumhuishouding:

Dit probleem wordt op een aantal sites genoemd. Botten bevatten veel calcium. Wanneer een hond dus erg veel bot te eten zou krijgen (en deze botten dus ook werkelijk op zou eten), zou de hond daardoor een overmaat aan calcium binnen kunnen krijgen. Volgens sommigen zou dit vooral bij jonge honden tot problemen kunnen leiden.

Het lichaam van een gezonde hond heeft echter een prima regelmechanisme dat de calciumopname aanpast aan de behoefte van de hond. Problemen blijken in de praktijk vooral voor te komen bij een (gecombineerde) te hoge toedracht van vitamine D3. Het is dan ook geen probleem om ook jonge honden regelmatig een bot te geven als beloning of om ermee bezig te zijn. Het is niet aan te raden om botten als hoofdvoedsel te geven.

3) Verstoppingen:

Als een hond te veel bot binnenkrijgt (ook volwassen honden) kan dit leiden tot verstoppingen. Meestal is de opname van (te) veel bot al goed van tevoren te zien. De ontlasting van de hond wordt dan wit en kalkachtig. Dat is dus geen teken van verstopping maar wel een teken van veel opname van botmateriaal en dus een waarschuwing. Verstoppingen zijn een risico voor de hond. Geef botten dus als lekkers en met mate.

4) Ingestie van harde delen:

Met name honden die erg schrokken kunnen grotere delen van een bot afbijten en inslikken. Dit is zeker een risico maar beperkt tot honden die dit gedrag vertonen. Een hond die rustig en zonder angst dat het bot wordt weggenomen op een bot kluift, zal dit risico nauwelijks lopen. Het is daarom belangrijk de hond te leren om een bot te eten. Leer hem dat het mag en dat het bot niet zal worden afgenomen. Blijft de hond schrokken dan kan het verstandig zijn om advies te vragen bij een dierenarts/gedragskundige om dit gedrag af te leren. Het kan bijvoorbeeld helpen om de hond een zodanig groot bot te geven dat hij wel rustig moet knauwen en het bot niet in één keer naar binnen kan schrokken en leert om te gaan met een bot. Blijft de hond wel schrokgedrag vertonen, dan is voorzichtigheid geboden bij het geven van een bot.

Dit geldt ook bij het geven van kauwmateriaal op basis van runderhuid, als een hond daarvan grote stukken afknaagt en opeet kan dit verstoppingen veroorzaken terwijl dat risico eigenlijk niet bestaat als de hond de ‘botten’ in kleine stukjes knaagt.

5)  Maag- en darmperforaties door versplintering van het bot:

Dit kan gebeuren. Het risico bestaat vooral bij kippenbotjes en dan vooral botten van wat oudere kippen (die sterker verkalkt zijn). In de praktijk blijkt dit risico echter klein (het komt zeer zelden voor) en worden maag/darm perforaties meestal veroorzaakt door bijvoorbeeld satéprikkers of houtsplinters. Dit probleem is grotendeels te voorkomen door een geschikt bot aan te bieden.

6) Vastraken van de kaak in holle botdelen:

Vooral bij het uitlikken van ronde holle botten (mergpijpjes), kan bij een verkeerde afmeting van het bot, de kaak vast komen te zitten in het bot. Heel vervelend, maar makkelijk te voorkomen door ofwel botten te geven die:

  • zo groot zijn dat het probleem zich niet voor kan doen;
  • zo klein zijn dat er geen risico bestaat dat de kaak er in kan komen.

7) Tandfracturen:

Vooral bij oudere honden kan dit voorkomen. Ook hier geldt dat het risico voor een gezonde hond die geleerd heeft om met een kauwbot om te gaan, beperkt is. Het risico van het optreden van tandproblemen bij het kauwen op botten is veel kleiner dan het risico als de hond op hardere materialen gaat kauwen zoals steentjes of blikjes. Belangrijk is echter dat de hond geleerd moet hebben om met een bot om te gaan. Vooral een oudere hond die een hard stuk bot (bijvoorbeeld een stuk hertengewei) aanpakt alsof het een dentalstick is, loopt risico.

8) Gifstoffen in kauwbotten  van runderhuid:

Binnen Europa gelden strenge regels voor aanvullend diervoer (botten). De regelgeving is op punten zeker vergelijkbaar met of zelfs strenger dan de regelgeving rondom menselijke voeding. Voedingsmiddelen waaronder kauwbotten met daarin voor de hond gevaarlijke componenten zijn niet toegelaten op de markt.

9) Amerikaans advies? Vraag: Volgens het artikel No bones about it van de Amerikaanse FDA is het gevaarlijk om botten te geven aan de hond. Hoe zit dat?

Antwoord: Het klopt dat de Amerikaanse FDA dit advies gegeven heeft en in de Amerikaanse claimcultuur kan de FDA feitelijk niet anders. Volgens het artikel gaat het echter om 35 gevallen waarin een probleem/ziekte werd gerapporteerd die in relatie stond met het geven van bot aan een hond. Dit is een extreem laag percentage. In Nederland geven de meeste dierenartsen dan ook het advies om de hond als extraatje gewoon bot te blijven geven, maar daar wel zorgvuldig mee om te gaan. Conclusie Botten hebben als bezigheidsvoorwerp een zeer positief effect: ze houden de hond bezig en vormen een goede voerverrijking, op voorwaarde dat het baasje en de hond er beiden op een juiste manier mee omgaan. Dat geldt in het bijzonder voor botten met rauw vlees; vooral van varkens maar ook runderbotten. Natuurlijk zijn er risico’s maar die zijn met een verstandige omgang zeker beheersbaar. Het is wel belangrijk dat hondeneigenaren zeker de eerste paar keer bij hun hond blijven om zelf te kunnen beoordelen of het dier op een goede manier met het kauwbot omgaat. En zoals bij alles: geef de botten met mate: het is een traktatie en géén hoofdmaaltijd.

 

Deze tekst is een uitgave van brancheorganisatie Dibevo

www.Dibevo.nl

www.huisDierenspecialist.nl